   
|
|
Havanezer Rasstandaard (FCI - 250)
Vertaling (01-03-2011): G.W.
Spruijt.
OORSPRONG:
Westelijk Middellandse Zeegebied; ontwikkeling: Cuba.
PATRONAAT:
FCI.
DATUM VAN IN WERKING TREDEN:
4 november 2008,
herzien: 12-01-2009
GEBRUIK:
Gezelschapshond
KLASSE FCI:
Groep 9 Gezelschapshonden en Toys.
Sectie 1: Bichons en aanverwante
rassen
Zonder werkproef
KORT HISTORISCH OVERZICHT:
Dit ras is afkomstig uit het Westelijk Middellandse
Zeegebied en heeft zich
ontwikkeld in de Spaanse en Italiaanse kuststreken.
Blijkbaar werden deze
honden in vroegere tijden meegebracht naar Cuba door
Italiaanse kapiteins op de
grote vaart. Bij vergissing heeft de voornaamste kleur
havana (tabakskleur,
bruin-rood) van deze honden, het verhaal doen ontstaan dat
het hier gaat om een ras
uit Havana, de hoofdstad van Cuba. Bepaalde
omstandigheden op Cuba
hebben geleid tot het totaal verdwijnen van de oude
havanezer bloedlijnen;
enkele afstammelingen hebben overleefd in de Verenigde
Staten na van het eiland te
zijn gesmokkeld.
ALGEMEEN UITERLIJK:
De havanezer is een kleine stevige hond, laag op de
benen, met een lange
overvloedige, zachte en bij voorkeur golvende vacht.
Het gangwerk is levendig en
veerkrachtig.
BELANGRIJKE VERHOUDINGEN
: De lengte van
de voorsnuit (van de neuspunt tot
aan de stop) is gelijk aan
de afstand tussen stop en achterhoofdsknobbel. (occiput)
De verhouding tussen de
lichaamslengte (gemeten van boeggewricht tot zitbeen)
tot de schofthoogte is 4:3.
GEDRAG / KARAKTER:
Buitengewoon levendig en pienter zijnde, is hij makkelijk op
te leiden tot waakhond.
Aanhankelijk, van nature vrolijk, beminnelijk, charmant,
speels en zelfs een beetje
een clown. Houdt van kinderen en kan eindeloos met ze
spelen.
HOOFD:
Van gemiddelde lengte. De verhouding tussen de lengte van
het hoofd en
de lichaamslengte (gemeten
van schoft tot staartaanzet) is 3:7.
BOVENAANZICHT:
Schedeldak:Vlak tot heel
weinig gewelfd, breed, voorhoofd weinig verheven. Van
bovenaf gezien afgerond aan
de achterkant en bijna recht en vierkant aan de drie
andere zijden.
Stop: Matig aangeduid.
AANGEZICHT:
Neus: zwart of bruin.
Voorsnuit: Geleidelijk
licht smaller wordend in de richting van de neus, maar noch
spits noch stomp.
Lippen: Fijn, droog en
strak.
Kaken/gebit: Schaargebit.
Een compleet gebit is gewenst. Afwezigheid van de
premolaren (P1) en de
molaren (M3) is toegestaan.
Wangen: Zeer vlak, niet
prominent.
Ogen: Tamelijk groot,
amandelvormig, zo donker mogelijke kleur bruin. Vriendelijke
uitdrukking. De
ooglidranden moeten donkerbruin tot zwart zijn.
Oren: Tamelijk hoog
aangezet, langs de wangen vallend, een lichte plooi vormend,
licht opgeheven, eindigend
in een afgeronde punt. Bedekt met lange haren, noch
afstaand als molenwieken,
noch vlak tegen de wangen hangend.
HALS:
Gemiddelde lengte.
LICHAAM:
de lichaamslengte is iets groter dan de schofthoogte.
Rugbelijning: recht, licht
gewelfd over de lendenen.
Croupe: merkbaar hellend.
Ribben: goed gewelfd.
Buik: goed opgetrokken.
STAART:
Hoog gedragen, hetzij in de vorm van een bisschopsstaf,
hetzij (bij
voorkeur) gekruld over de
rug; is bedekt met een franje van lange zijdeachtige haren.
LEDEMATEN
VOORHAND: recht en
evenwijdig, droog, goed beendergestel (bone). De afstand
tussen de grond en de
elleboog mag niet groter zijn dan de afstand tussen elleboog
en schoft.
ACHTERHAND: goed
beendergestel (bone), matige hoekingen.
VOETEN: een beetje
langwerpig van vorm, klein, compact.
GANGWERK:
de havanezer heeft een opvallend licht en veerkrachtig
gangwerk, dat
zijn vrolijke karakter
onderstreept. Beweging: goed vrij en recht naar voren vanuit
het
front (schouders), de
achterhand geeft de stuwkracht in een rechte lijn.
VACHT
VACHTSTRUCTUUR: De wollige
ondervacht is weinig ontwikkeld en vaak geheel
afwezig. De bovenvacht is
erg lang (12-18 cm bij een volwassen hond), zacht, sluik
of gegolfd en kan gekrulde
lokken vormen.
Elke vorm van toiletteren,
de vacht met de schaar op gelijke lengte knippen, en elke
vorm van trimmen is
verboden. Uitzondering: het bijwerken van de voeten is
toegestaan, haren op het
hoofd kunnen iets ingekort worden zodat ze de ogen niet
bedekken en de haren op de
snuit kunnen iets ingekort worden, maar het natuurlijk
laten verdient de voorkeur.
VACHTKLEUR: Zelden geheel
wit, beige tot rossig in verschillende schakeringen
(met zwarte haarpunten
toegestaan), zwart, havannabruin, tabakskleur, roodbruin.
Platen in deze vachtkleuren
zijn toegestaan. Tan-aftekeningen zijn toegestaan in alle
schakeringen.
HOOGTE
:
Schofthoogte: van 23 tot 27
cm.
Toegestaan is 21 tot 29 cm.
FOUTEN:
Iedere afwijking van voorafgaande beschrijving moet als een
fout
beschouwd worden, die al
naar gelang zijn ernst en zijn gevolgen voor de
gezondheid en het welzijn
van de hond zal worden bestraft.
ERNSTIGE FOUTEN
:
· het geheel niet voldoen
aan type
· te stompe of te spitse
snuit, waarvan de lengte niet gelijk is aan die van de
schedel
· roofvogelogen, te diep
liggende of uitpuilende ogen, gedeeltelijk
gepigmenteerde ooglidranden
· te lang of te kort
lichaam
· rechte staart, niet hoog
gedragen
· Frans front (polsen te
nauw in stand, voeten naar buiten gedraaid)
· misvormde voeten
· harde vacht, weinig
overvloedige vacht, korte vacht (behalve bij pups),
getoiletteerde vacht
DISKWALIFICERENDE FOUTEN:
· agressief of schuw gedrag
· (deels) niet
gepigmenteerde neus
· boven- of ondervoorbeet
· entropion, ectropion, een
of beide ooglidranden niet gepigmenteerd
· maat onder of boven de in
deze standaard aangegeven norm
Elke hond die lichamelijke
of gedragsafwijkingen vertoont, dient te worden
gediskwalificeerd.
N.B.
: Reuen moeten twee normale
testikels bezitten die geheel in het scrotum zijn
ingedaald.

(Bron: H.C.N)
|